Wat is de Integrale Gezinspoli precies, en voor wie?
De Integrale Gezinspoli is een netwerksamenwerking voor een scherpere doelgroep binnen de brede Kansrijke Start-doelgroep: gezinnen die niet alleen met sociale, maar ook met medische kwetsbaarheden te maken hebben. Eén kernteam met vaste gezichten uit de verschillende domeinen (medisch én sociaal) kijkt met een brede blik naar beschermende en risicofactoren, met één aanspreekpunt voor het gezin. De naam klinkt medisch, maar het idee is juist om ondersteuning zoveel mogelijk uit het ziekenhuis weg te halen en meer richting wijk en buurt te brengen. De bedoeling is een landelijk dekkend aanbod in alle regio’s.
Wat is het verschil tussen de Integrale Gezinspoli en Integrale Vroeghulp?
De Integrale Gezinspoli is breder: die gaat niet alleen over de ontwikkeling van het kind, maar ook over (toekomstige) ouders, en kijkt naar zowel sociale als medische kwetsbaarheden in de eerste 1000 dagen. Integrale Vroeghulp gaat vaak om kinderen bij wie kort na de geboorte een ontwikkelingsachterstand of een levenslange aandoening wordt vastgesteld, en kan veel langduriger en complexer zijn. De twee kunnen elkaar opvolgen en soms overlappen qua betrokken partijen. Kern van de IGP: waar langdurige betrokkenheid van de tweede/derde lijn niet nodig is, zo snel mogelijk afschalen naar het sociaal domein.
Wat biedt de gezinspoli extra? Dit doen we toch al binnen onze coalitie?
Een terechte en veelgestelde vraag. Het onderscheidende van de IGP zit in de bundeling van medische én sociale expertise in één kernteam met vaste gezichten en één aanspreekpunt voor het gezin, specifiek voor de doelgroep met gestapelde medische en sociale kwetsbaarheid. Waar een coalitie Kansrijke Start breed werkt, richt de IGP zich op die kleinere, complexere groep en op het slim verbinden van partijen (bijvoorbeeld door aan te sluiten op een bestaand MDO rond zwangeren). Het is dus geen extra los netwerk, maar een gerichte manier om bestaande samenwerking te bundelen.
Hoe verhoudt de POP-poli zich tot de Integrale Gezinspoli? Zijn het twee aparte poli’s?
Deze vraag leefde sterk in de chat. De vraag is tijdens het webinar niet volledig uitgediept en genoteerd om achteraf scherper te beantwoorden.
De POP-poli (Psychiatrie, Obstetrie en Pediatrie) richt zich op zwangeren en jonge ouders waarbij er sprake is van psychische of psychiatrische problematiek in de periode rond zwangerschap en geboorte. Hier staat de combinatie van psychiatrische, verloskundige en kindergeneeskundige zorg centraal.
De Integrale Gezinspoli (IGP) richt zich op (toekomstige) gezinnen met zowel een medische als een sociale kwetsbaarheid, waarbij ondersteuning vanuit meerdere domeinen nodig is. De IGP verbindt professionals uit het medische domein, de publieke gezondheid en het sociale domein rondom één gezin, met als doel vroegtijdig passende ondersteuning te bieden en de ontwikkelkansen van kind en gezin te versterken.
De verbinding: de POP-poli en de Integrale Gezinspoli delen het uitgangspunt van vroegsignalering, multidisciplinaire samenwerking en aandacht voor de relatie tussen ouder en kind. In veel regio’s kan de POP-poli een belangrijke partner of onderdeel zijn binnen het netwerk van de Integrale Gezinspoli.
Het verschil: waar de POP-poli primair wordt ingezet bij psychiatrische of psychische kwetsbaarheid, richt de Integrale Gezinspoli zich op gezinnen waarbij medische én sociale kwetsbaarheid samenkomen. De IGP kijkt daarom breder dan de geestelijke gezondheid van de ouder alleen en betrekt bijvoorbeeld ook factoren als bestaanszekerheid, huisvesting, schulden, opvoedvragen, sociaal netwerk en toegang tot passende ondersteuning
Hoe zit het met de AVG en de gezinspoli?
Deze vraag is in de chat gesteld maar tijdens het webinar niet behandeld.
Op basis van de handreiking zijn de belangrijkste AVG-aandachtspunten voor de Integrale Gezinspoli:
- Persoonsgegevens worden alleen gedeeld als dit noodzakelijk is voor passende ondersteuning en zorg aan het gezin.
- Gegevensuitwisseling moet plaatsvinden binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder de AVG en beroepsgeheimen van betrokken professionals.
- Ouders moeten transparant worden geïnformeerd over welke gegevens worden verwerkt, met welk doel en tussen welke organisaties gegevens worden uitgewisseld.
- Regionale partners maken duidelijke afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en procedures rond gegevensdeling.
- Alleen die gegevens worden gedeeld die relevant zijn voor de ondersteuning van het gezin (dataminimalisatie).
- Er moeten afspraken zijn over veilige registratie, opslag en uitwisseling van gegevens tussen betrokken organisaties.
- Monitoring en evaluatie van de IGP moeten zodanig worden ingericht dat de privacy van gezinnen gewaarborgd blijft.
- Privacyvraagstukken en gegevensuitwisseling vragen om bestuurlijke en juridische afstemming tussen de samenwerkende partijen binnen de IGP.
Kort samengevat: de IGP stimuleert integrale samenwerking, maar binnen duidelijke afspraken over noodzakelijkheid, transparantie, veilige gegevensuitwisseling en bescherming van de privacy van gezinnen.
Zijn er tips voor het opzetten van een Integrale Gezinspoli, ook in een middelgrote gemeente?
In de handreiking staat een stappenplan voor startende, herstartende én verder gevorderde coalities, met tips en verwijzingen (onder andere naar het platform kansrijkestart.nl). Voor een middelgrote gemeente (bijv. 40.000 inwoners) geldt: kijk goed wat je regionaal organiseert en wat lokaal, en sluit aan bij bestaande overleggen en netwerken. Concrete voorbeelden van regio’s waren tijdens dit webinar helaas niet beschikbaar; In de Kansrijke Start community op 1sociaaldomein is het mogelijk actief je vraag te stellen en/of input te leveren: door te leren van elkaar komen we samen verder.
Hoe voorkom je dat de verhouding tussen overleg/netwerken en de zorg aan het gezin scheef wordt?
Een herkenbare zorg: van buitenaf lijken er veel netwerken en overlegmomenten. Het advies is om in je lokale of regionale coalitie te kijken welke overleggen echt nodig zijn en die zoveel mogelijk te bundelen. Landelijk is niet voorgeschreven hoeveel overleggen er moeten zijn; ga uit van wat nodig, gewenst en haalbaar is, en verbind partijen slim (bijvoorbeeld door aan te sluiten op een bestaand MDO).