Risico- en beschermende factoren zijn niet altijd even goed in beeld. Ouders in een kwetsbare situatie uiten hun hulpvraag niet altijd zelf. Schaamte en wantrouwen, maar ook beperkte gezondheidsvaardigheden zijn hier vaak oorzaken van. Gevalideerde -getoetste- signaleringsinstrumenten helpen om op een systemische en betrouwbare manier informatie te verzamelen. Dit zijn meestal screenende vragenlijsten die inzicht geven in de risico’s van opgroeisituaties voor (ongeboren) kinderen.
Signaleren zonder adequate vervolgstappen is weinig zinvol, het instrument moet dus aansluiten bij het zorg- en hulpaanbod in de regio. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen het medisch, sociaal en informeel domein. Weten welk aanbod er lokaal is en elkaar kunnen bereiken is van essentieel belang. Onder andere de zorgpadentool kan hierbij behulpzaam zijn. Daarnaast zijn op Kennisnet Geboortezorg verschillende screeningsinstrumenten te vinden die professionals helpen bij het systematisch en betrouwbaar signaleren van risico- en beschermende factoren.
Onderzoek uit 2020 wijst uit dat 62,2% van de geboortezorgprofessionals en 34% van de jeugdgezondheidszorgprofessionals geen gevalideerd instrument gebruikt. Praktische en technische factoren, zoals systemen die niet gekoppeld zijn, vormen vaak een belemmering. Dit geeft ruimte voor verbetering. In de afgelopen jaren is hier actief op ingezet door het stimuleren van structureel gebruik van gevalideerde signaleringsinstrumenten, het verbeteren van samenwerking en gegevensuitwisseling tussen ketenpartners, en het ontwikkelen van ondersteunende richtlijnen en handreikingen. Ook zijn diverse pilotprojecten en scholingstrajecten gestart om professionals beter toe te rusten op vroegtijdig signaleren en doorverwijzen.
‘Meer tijd in de spreekkamer en kennis hebben over risicofactoren dragen positief bij aan vroegsignalering’, zeggen jeugdartsen, verpleegkundigen en verloskundigen. En: ‘Wij voelen ons niet altijd vaardig in het bespreken van gevoelige onderwerpen.’ 92% van de eerstelijns verloskundigen en bijna 90% van de jeugdartsen en -verpleegkundigen, geven aan dat ze behoefte hebben aan bijscholing. Uit de open antwoorden blijkt ook dat zij graag meer overleg willen: met elkaar én met kraamverzorgenden.