Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Over Kansrijke Start
Webinar terugkijken
Ministerie van VWS

Ontwikkelingen Kansrijke Start in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)

In deze webinars praten VWS-experts je bij over het Aanvullend Zorg- en WelzijnsAkkoord (AZWA) en hoe dit samenhangt met Kansrijke Start.
Duur
45 minuten
Kosten
gratis
Locatie
online

Webinar ‘AZWA en Kansrijke Start: wat betekent dit voor jouw coalitie?’

In dit webinar van 25 juni 2026, nemen Pharos en het ministerie van VWS je mee in de laatste ontwikkelingen rondom het Aanvullend Zorg- en WelzijnsAkkoord (AZWA) in relatie tot Kansrijke Start

Marlou van Meeuwen, Senior beleidsmedewerker Kansrijke Start bij het ministerie van VWS, spreekt hierin over:

Lees de brief van VWS aan VNG

 

Programmacoördinator Kansrijke Start bij VWS, Amra Dželilović, vertelt over twee recentelijke relevante onderzoeken waaruit blijkt dat kinderen uit complexe omstandigheden meer zorg en ondersteuning nodig hebben en dat de leefomgeving van grote invloed is op het welzijn van ouder en kind:

Het laatste deel van het webinar behandelt vragen uit zowel de chat als de vooraf ingediende vragen en er worden door middel van een Mentimeter tips en ervaringen gedeeld.

Download de presentatie van dit webinar

Onderaan deze pagina vind je nu nog de Q & A uit het vorige AZWA-webinar. Deze lijst wordt de komende weken aangevuld met de antwoorden op de vragen uit dit webinar.

Webinar over ontwikkelingen en veelbelovende start van de Aanvullende Zorg- en Welzijnsovereenkomst (AZWA)

Professionals binnen Kansrijke Start spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van (aanstaande) ouders en jonge kinderen. Binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) volgen de ontwikkelingen elkaar snel op.

In onderstaand webinar, dat plaatsvond op 24 januari 2026, gaven Marlou van Meeuwen en Amra Dželilović van VWS uitleg over de laatste stand van zaken en de manier waarop het IZA, AZWA en de structurele aanpak Kansrijke Start zich tot elkaar verhouden.

Inhoud webinar

  • de belangrijkste ontwikkelingen rondom Kansrijke Start binnen het AZWA
  • hoe het IZA, AZWA en de structurele aanpak Kansrijke Start elkaar versterken
  • de plannen voor 2026: voorbereidingen, uitwerking en uitvoering van het AZWA
  • beschikbare financiële middelen en wat dit betekent voor coalities
  • de meest recente processtappen en voortgang
  • reflectie vanuit de praktijk door een Kansrijke Start-coalitie

Download de presentatie van dit webinar

Sprekers

Marlou van Meeuwen, Senior beleidsmedewerker Kansrijke Start, Ministerie van VWS, Directie Publieke Gezondheid
Amra Dželilović, Programma coördinator Kansrijke Start, Ministerie van VWS, Directie Publieke Gezondheid

Q&A

Deze Q&A bundelt de vragen die rond de AZWA-webinars van 29 januari 2026 en 25 juni 2026 zijn gesteld. De antwoorden zijn gebaseerd op wat VWS en Pharos tijdens de webinars hebben toegelicht. Waar een vraag nog niet volledig beantwoord kan worden, staat dat erbij, met wanneer meer duidelijkheid volgt. Vragen of aanvullingen: info@kansrijkestart.nl.
De vragen zijn geordend in vijf thema’s:  (1) Financiën & middelen, (2) Integrale Gezinspoli, (3) Nu Niet Zwanger, (4) Samenwerking, GGZ & mentale gezondheid, en (5) Praktisch & proces.

1. Financiën & middelen

Blijven de bestaande GALA-middelen voor Kansrijke Start bestaan?

Ja. De bestaande GALA-middelen voor Kansrijke Start blijven en zijn structureel. Je kunt er de komende jaren ongeveer hetzelfde bedrag van verwachten als wat er dit jaar beschikbaar is. Deze middelen verdwijnen dus niet.

Wanneer horen we concreet hoeveel middelen onze gemeente of regio ontvangt?

Op het moment van het webinar was dat nog niet per gemeente bekend, inmiddels is de regeling gepubliceerd op de website van zorgakkoorden: https://www.zorgakkoorden.nl/actueel/nieuws/regeling-spuk-azwa-en-hlo-gepubliceerd/

Uit welke “pot” betalen we straks wat? Verdwijnt de SPUK GALA?

De SPUK GALA verdwijnt; alles gaat straks onder de SPUK AZWA vallen. De schotten tussen de verschillende basisfunctionaliteiten verdwijnen ook. Het wordt een ontschotte SPUK: één grote pot geld per gemeente waarbinnen alle basisfunctionaliteiten vormgegeven worden.  Dit vraagt extra alertheid om Kansrijke Start goed op de agenda te hebben en aanzienlijk onderdeel te laten zijn bij de verdeling. Kijk ook eens op https://kansrijkestart.pharos.nl/nieuws/breng-kansrijke-start-onder-de-aandacht-in-je-gemeenteraad-met-deze-hulpmiddelen/

Hoe worden de middelen verdeeld: lokaal, regionaal, GGD?

De verdeling loopt langs drie lijnen: een deel gaat op regionaal niveau (o.a. regionale coördinatie) naar de IZA-mandaatgemeente, met dezelfde verdeelsleutel als destijds voor de IZA-budgetten; het grootste deel gaat op lokaal niveau per gemeente (in principe met dezelfde verdeelsleutel als eerder bij het GALA, maar moet wel vooraf worden besproken en vastgesteld) en een beperkt deel gaat rechtstreeks naar GGD’en, onder andere voor de kennisinfrastructuur.

Komen er extra middelen voor de JGZ, en lopen die ook via de SPUK AZWA?

Ja. Naast de specifieke Kansrijke Start-middelen komen er ook middelen beschikbaar voor de jeugdgezondheidszorg, met name gericht op de samenwerking tussen JGZ en de lokale teams/wijkverbanden. Deze vallen onder D6 (preventie-infrastructuur). De komende SPUK AZWA gaat zowel over D5 als D6, inclusief de ontwikkelagendapunten.  Inmiddels is de regeling gepubliceerd op de website van zorgakkoorden. https://www.zorgakkoorden.nl/actueel/nieuws/regeling-spuk-azwa-en-hlo-gepubliceerd/. In de SPUK AZWA regeling is aangegeven hoeveel gelden er direct richting de GGD’en gaan (vanaf 2027) voor kennis en ondersteuning. Er is geen vermelding van gelden specifiek voor de jeugdgezondheidszorg. Voor het maken van de begroting van bijvoorbeeld de integrale gezinspoli is het wel van belang om hier middelen voor te reserveren.

Vanaf wanneer en hoeveel geld komt er voor de Integrale Gezinspoli?

De Integrale Gezinspoli is nieuw; hiervoor komen vanaf 2027 in opbouw middelen beschikbaar. Het begint met 2 miljoen landelijk in 2027 en loopt op tot structureel 25 miljoen vanaf 2031. Neem die ingroei mee in je plannen: niet alles hoeft in 2027 al 100% gereed te zijn. De landelijke dekking is bedoeld om per 2030 ingeregeld te zijn, dus er is tijd om ernaartoe te groeien.

De financiële middelen lijken niet toereikend voor het ambitieniveau. Hoe prioriteren, ook met het ravijnjaar?

Deze zorg is vooraf meermaals aangeleverd. De handreikingen zijn nadrukkelijk bedoeld als leidraad, niet als voorschrift: ze schrijven het “wat”, niet het “hoe”. Het advies is om lokaal en regionaal onderbouwde keuzes te maken over welke hulp en ondersteuning het meest nodig is, aan te sluiten op wat er al is, en te bepalen wat je regionaal organiseert versus lokaal. Een concreet handvat: Pharos biedt concrete schrijftips om binnen de AZWA-werkagenda gezondheidsverschillen stevig te verankeren https://www.pharos.nl/nieuws/zo-veranker-je-gelijke-gezondheidskansen-in-je-azwa-werkagenda/

2. Integrale Gezinspoli (IGP)

Wat is de Integrale Gezinspoli precies, en voor wie?

De Integrale Gezinspoli is een netwerksamenwerking voor een scherpere doelgroep binnen de brede Kansrijke Start-doelgroep: gezinnen die niet alleen met sociale, maar ook met medische kwetsbaarheden te maken hebben. Eén kernteam met vaste gezichten uit de verschillende domeinen (medisch én sociaal) kijkt met een brede blik naar beschermende en risicofactoren, met één aanspreekpunt voor het gezin. De naam klinkt medisch, maar het idee is juist om ondersteuning zoveel mogelijk uit het ziekenhuis weg te halen en meer richting wijk en buurt te brengen. De bedoeling is een landelijk dekkend aanbod in alle regio’s.

Wat is het verschil tussen de Integrale Gezinspoli en Integrale Vroeghulp?

De Integrale Gezinspoli is breder: die gaat niet alleen over de ontwikkeling van het kind, maar ook over (toekomstige) ouders, en kijkt naar zowel sociale als medische kwetsbaarheden in de eerste 1000 dagen. Integrale Vroeghulp gaat vaak om kinderen bij wie kort na de geboorte een ontwikkelingsachterstand of een levenslange aandoening wordt vastgesteld, en kan veel langduriger en complexer zijn. De twee kunnen elkaar opvolgen en soms overlappen qua betrokken partijen. Kern van de IGP: waar langdurige betrokkenheid van de tweede/derde lijn niet nodig is, zo snel mogelijk afschalen naar het sociaal domein.

Wat biedt de gezinspoli extra? Dit doen we toch al binnen onze coalitie?

Een terechte en veelgestelde vraag. Het onderscheidende van de IGP zit in de bundeling van medische én sociale expertise in één kernteam met vaste gezichten en één aanspreekpunt voor het gezin, specifiek voor de doelgroep met gestapelde medische en sociale kwetsbaarheid. Waar een coalitie Kansrijke Start breed werkt, richt de IGP zich op die kleinere, complexere groep en op het slim verbinden van partijen (bijvoorbeeld door aan te sluiten op een bestaand MDO rond zwangeren). Het is dus geen extra los netwerk, maar een gerichte manier om bestaande samenwerking te bundelen.

Hoe verhoudt de POP-poli zich tot de Integrale Gezinspoli? Zijn het twee aparte poli’s?

Deze vraag leefde sterk in de chat. De vraag is tijdens het webinar niet volledig uitgediept en genoteerd om achteraf scherper te beantwoorden.

De POP-poli (Psychiatrie, Obstetrie en Pediatrie) richt zich op zwangeren en jonge ouders waarbij er sprake is van psychische of psychiatrische problematiek in de periode rond zwangerschap en geboorte. Hier staat de combinatie van psychiatrische, verloskundige en kindergeneeskundige zorg centraal.

De Integrale Gezinspoli (IGP) richt zich op (toekomstige) gezinnen met zowel een medische als een sociale kwetsbaarheid, waarbij ondersteuning vanuit meerdere domeinen nodig is. De IGP verbindt professionals uit het medische domein, de publieke gezondheid en het sociale domein rondom één gezin, met als doel vroegtijdig passende ondersteuning te bieden en de ontwikkelkansen van kind en gezin te versterken.

De verbinding: de POP-poli en de Integrale Gezinspoli delen het uitgangspunt van vroegsignalering, multidisciplinaire samenwerking en aandacht voor de relatie tussen ouder en kind. In veel regio’s kan de POP-poli een belangrijke partner of onderdeel zijn binnen het netwerk van de Integrale Gezinspoli.

Het verschil: waar de POP-poli primair wordt ingezet bij psychiatrische of psychische kwetsbaarheid, richt de Integrale Gezinspoli zich op gezinnen waarbij medische én sociale kwetsbaarheid samenkomen. De IGP kijkt daarom breder dan de geestelijke gezondheid van de ouder alleen en betrekt bijvoorbeeld ook factoren als bestaanszekerheid, huisvesting, schulden, opvoedvragen, sociaal netwerk en toegang tot passende ondersteuning

Hoe zit het met de AVG en de gezinspoli?

Deze vraag is in de chat gesteld maar tijdens het webinar niet behandeld.
Op basis van de handreiking zijn de belangrijkste AVG-aandachtspunten voor de Integrale Gezinspoli:

  • Persoonsgegevens worden alleen gedeeld als dit noodzakelijk is voor passende ondersteuning en zorg aan het gezin.
  • Gegevensuitwisseling moet plaatsvinden binnen de geldende wettelijke kaders, waaronder de AVG en beroepsgeheimen van betrokken professionals.
  • Ouders moeten transparant worden geïnformeerd over welke gegevens worden verwerkt, met welk doel en tussen welke organisaties gegevens worden uitgewisseld.
  • Regionale partners maken duidelijke afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en procedures rond gegevensdeling.
  • Alleen die gegevens worden gedeeld die relevant zijn voor de ondersteuning van het gezin (dataminimalisatie).
  • Er moeten afspraken zijn over veilige registratie, opslag en uitwisseling van gegevens tussen betrokken organisaties.
  • Monitoring en evaluatie van de IGP moeten zodanig worden ingericht dat de privacy van gezinnen gewaarborgd blijft.
  • Privacyvraagstukken en gegevensuitwisseling vragen om bestuurlijke en juridische afstemming tussen de samenwerkende partijen binnen de IGP.

Kort samengevat: de IGP stimuleert integrale samenwerking, maar binnen duidelijke afspraken over noodzakelijkheid, transparantie, veilige gegevensuitwisseling en bescherming van de privacy van gezinnen.

Zijn er tips voor het opzetten van een Integrale Gezinspoli, ook in een middelgrote gemeente?

In de handreiking staat een stappenplan voor startende, herstartende én verder gevorderde coalities, met tips en verwijzingen (onder andere naar het platform kansrijkestart.nl). Voor een middelgrote gemeente (bijv. 40.000 inwoners) geldt: kijk goed wat je regionaal organiseert en wat lokaal, en sluit aan bij bestaande overleggen en netwerken. Concrete voorbeelden van regio’s waren tijdens dit webinar helaas niet beschikbaar; In de Kansrijke Start community op 1sociaaldomein is het mogelijk actief je vraag te stellen en/of input te leveren: door te leren van elkaar komen we samen verder.

Hoe voorkom je dat de verhouding tussen overleg/netwerken en de zorg aan het gezin scheef wordt?

Een herkenbare zorg: van buitenaf lijken er veel netwerken en overlegmomenten. Het advies is om in je lokale of regionale coalitie te kijken welke overleggen echt nodig zijn en die zoveel mogelijk te bundelen. Landelijk is niet voorgeschreven hoeveel overleggen er moeten zijn; ga uit van wat nodig, gewenst en haalbaar is, en verbind partijen slim (bijvoorbeeld door aan te sluiten op een bestaand MDO).

3. Nu Niet Zwanger

Wij betalen Nu Niet Zwanger nu uit de SPUK Kansrijke Start. Hoeft dat straks niet meer?

Nu Niet Zwanger is een basisfunctionaliteit binnen Kansrijke Start. Voor dit jaar zijn de middelen al via de brede SPUK naar gemeenten gegaan (3 miljoen landelijk). De komende jaren is er 5 miljoen landelijk beschikbaar en daarnaast structureel 6 miljoen, vooral bedoeld voor intensivering van wat er in de 90%+ gemeenten al gebeurt. Waar de aanpak nog niet is, kunnen die middelen gebruikt worden om te implementeren. Ivm de ontschotte SPUK AZWA is het zaak wel expliciet aan te geven wat jouw lokale of regionale coalitie nodig heeft.

Wat verandert er inhoudelijk voor Nu Niet Zwanger?

Nu Niet Zwanger is geen nieuwe aanpak. De nieuwe middelen zijn vooral bedoeld om te intensiveren: het verstevigen van de structurele regionale coördinatie (met een minimumaantal fte per regio), kinderwensverkenning goed integreren in de reguliere werkwijze van organisaties in het sociaal én medisch domein, samenwerkingsafspraken met ziekenhuizen, verloskundigen en huisartsen, en het beschikbaar stellen van budget voor toegankelijke anticonceptiezorg, ten minste op regionaal niveau.

4. Samenwerking, GGZ & mentale gezondheid

Is de GGZ betrokken en gefinancierd binnen Kansrijke Start of de gezinspoli?

De GGZ is niet specifiek benoemd binnen Kansrijke Start en wordt niet via deze middelen gefinancierd; de GGZ kent een eigen financiering. Dat betekent niet dat de GGZ er niet toe doet: als er rond mentale gezondheid van (aanstaande) ouder of kind hulp nodig is, kan de GGZ zeker een betrokken netwerkpartner zijn. Ook bestaan er bijvoorbeeld POP-poli’s in het ziekenhuis en medisch maatschappelijk werk die rond mentale gezondheid een rol spelen. Kortom: als samenwerkingspartner belangrijk, maar niet specifiek als Kansrijke Start-onderdeel gefinancierd.

Wordt het IMH-netwerk (Infant Mental Health) hierin meegenomen? Hoe kan het sociale domein meedenken, met name als IMH-praktijk/poli?

Meerdere webinarsdeelnemers noemden de IMH — zowel de wens om aansluiting bij een IMH-netwerk als de opmerking dat de IMH hierin gemist wordt. Over de samenwerking met IMH kunnen lokaal of regionaal samenwerkingsafspraken worden gemaakt. Het is niet landelijk ingeregeld.

5. Praktisch & proces

Wat is het proces en de deadline voor de regionale werkagenda?

In april is de opdracht voor de werkagenda naar de regio’s (IZA-coördinatoren) verstuurd: de mandaatgemeente stelt samen met de preferente zorgverzekeraar een regionale werkagenda op, integraal over de basisfunctionaliteiten. De deadline voor indienen bij VWS is half november, maar de werkagenda moet dan wel vastgesteld zijn door alle betrokken colleges in de IZA-regio. Terug te lezen in “opdracht opstellen werkagenda” https://www.zorgakkoorden.nl/programmas/aanvullend-zorg-en-welzijnsakkoord/handvatten-voor-het-opstellen-van-de-regionale-werkagenda/

Is Kansrijke Start ook haalbaar voor een kleine gemeente, of als netwerkorganisaties in meerdere gemeenten werken?

Ja. Kijk vooral naar wat je regionaal kunt organiseren en wat lokaal. Bij een aantal kleinere gemeenten in een regio kun je meer regionaal organiseren, met aanvullend lokale afspraken als er maar goede afstemming is tussen beide niveaus. Het regionale niveau (ook de regionale werkwijze van zorgverzekeraars) is nadrukkelijker in beeld dan bij de eerdere GALA-handreiking.

Hoe beslis je als regio waar de regionale coördinatie het beste belegd is?

De budgetten voor regionale coördinatie gaan naar de IZA-mandaatgemeente. Waar de coördinatie precies belegd wordt, bepaal je in de regio; de handreiking geeft hiervoor een leidraad en toelichting op de afspraken die idealiter regionaal dan wel lokaal gemaakt worden.

Is er een e-learning of ondersteuning om professionals te versterken?

Ja. Begin juni is in opdracht van VWS een multidisciplinaire bijscholing (e-learning) gelanceerd voor verschillende groepen professionals. Die is gratis en staat hier. Pharos heeft er een draaiboek bij ontwikkeld om lokaal of regionaal bijeenkomsten te organiseren. Aanvullend komen er factsheets per beroepsgroep (bijv. kraamzorg): wat wordt er van die professional verwacht binnen Kansrijke Start, en welke tools en informatie zijn er.

Waar kan ik terecht met vragen of voor advies?

Voor onderlinge uitwisseling is er sinds januari een community rond Kansrijke Start op 1SociaalDomein. Júist bedoeld voor de concrete “hoe”-vragen en de vertaling naar je eigen lokale situatie. Daarnaast kun je één-op-één terecht bij de adviseurs Kansrijke Start bij Pharos. Weet je niet wie jouw adviseur Kansrijke Start is, mail dan naar info@kansrijkestart.nl of gebruik het contactformulier.