De nieuwe Monitor Kansrijke Start 2025 van het RIVM laat zien dat de aanpak Kansrijke Start stevig verankerd raakt in gemeenten. In 2025 heeft 92% van de gemeenten afspraken gemaakt met partners uit het medische domein, zoals verloskundigen, kraamzorgorganisaties en consultatiebureaus. Ook worden steeds meer initiatieven aangeboden om (aanstaande) ouders te ondersteunen.
Tegelijkertijd maakt de monitor duidelijk dat er nog veel werk te doen is. Nog steeds worden veel kinderen geboren in gezinnen die leven in moeilijke omstandigheden. Ook blijven verschillen zichtbaar in bijvoorbeeld geboorte-uitkomsten, het gebruik van kraamzorg, psychische gezondheid van aanstaande ouders en de ontwikkeling van jonge kinderen.
Bekijk de monitor hierOpens in new tab: Deze link opent in een nieuw tabblad
Betrekken van ouders en ervaringskennis
De monitor wijst daarnaast op het belang van het beter betrekken van ouders en ervaringskennis bij de Kansrijke Start-aanpak. Ook is meer inzicht nodig in wie bereikt wordt en welke inzet het meeste effect heeft.
Deze uitkomsten laten zien dat het doorontwikkelen van de Kansrijke Start-aanpak structurele aandacht en inzet vraagt. Het vraagt daarnaast om blijvende samenwerking tussen gemeenten, zorg, sociaal domein, kennisorganisaties en ouders zelf.
Regionale en lokale coalities ondersteunen
Daarom blijven we vanuit de leerinfrastructuur Kansrijke Start regionale en lokale coalities ondersteunen met kennis, praktijkvoorbeelden, bijeenkomsten en hulpmiddelen. Door samen te leren en ervaringen te delen, kunnen we beter aansluiten bij wat ouders en kinderen nodig hebben en bijdragen aan gelijke kansen op gezondheid.
Meer weten? Neem contact op via info@kansrijkestart.nl Deze link opent in een nieuw tabblad.