Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Evaluatie
Praktijkverhaal
2026

Evaluatie Jonge Moederwerk

Wat vinden ouders nou eigenlijk zélf van de ondersteuning die ze krijgen?

(Aanstaande) moeders in Almelo krijgen ondersteuning bij alle mogelijke uitdagingen die op hun pad komen, zoals geldzaken, zwangerschapsbegeleiding, opvoeding of het vinden van een woning. De Kansrijke Start coalitie is een team van doeners met korte lijnen. Dat werkt volgens professionals, maar hoe denken de ouders om wie het gaat daar eigenlijk zelf over?

De Gemeente Almelo heeft sinds 2019 een aanpak Kansrijke Start. De wijkcoaches van de gemeente Almelo, verloskundigenpraktijken, het medisch maatschappelijk werk ZGT, de JGZ/GGD Twente, kraamzorg en het Jonge Moederwerk van Avedan Welzijn (JMW) werken al jaren intensief met elkaar samen. “Moeders hebben één aanspreekpunt. Het Jonge Moederwerk is de verbindende partij. Zij zijn de spin in het web die op alle leefgebieden jonge ouders verder kunnen helpen”, vertelt Henrike Nijman, vanuit Avedan projectleider Kansrijke Start in Almelo was. Maar wat liep er dan precies goed en wat leverde dat op? Wat waren de effecten van al het werk? Henrike: “We hebben in Almelo een mooie club van doeners en we hadden het gevoel dat dit heel goed werkte. Maar monitoring en evaluatie was wel iets waar we mee hebben geworsteld.”

Effecten in kaart brengen

Om de effecten beter in kaart te kunnen brengen, zette Almelo verschillende stappen en won advies in bij Pharos. Allereerst werd gesproken met de partners in de geboorteketen, zoals wijkcoaches van de gemeente, verloskundigen, medisch maatschappelijk werk, het Jonge Moederwerk en het consultatiebureau. Henrike: “We hebben gevraagd wat voor effecten zij zagen. Wat hebben we gedaan waardoor zwaardere indicaties bij jonge gezinnen zijn voorkomen? Hebben we ouders in kwetsbare situaties beter in beeld kunnen houden? Die gesprekken leverden mooie input op over de onderlinge samenwerking en hoe het netwerk functioneerde.”

Een eerlijk gesprek

Hoewel deze informatie ontzettend waardevol was, wilde Almelo juist daarnaast graag weten hoe ouders de ondersteuning hebben ervaren. Avedan deed altijd al een eigen klanttevredenheidsonderzoek en daaruit bleek steevast dat moeders erg tevreden waren over de dienstverlening van het Jonge Moederwerk. Maar wat betekende dit nou echt? Almelo besloot ook hier de expertise van Pharos in te zetten.

In een focusgroep werd met een aantal ouders gesproken die hun persoonlijke verhaal wilden delen. Deze gesprekken werden gevoerd in een laagdrempelige, veilige omgeving. “De moeders werden uitgenodigd om vooral open en eerlijk te zijn over hun ervaringen en of zij vonden dat er iets verbeterd kon worden, Het hielp ook om blinde vlekken eerder te ontdekken en om te horen hoe zij onze bejegening ervaarden”, vertelt Henrike. Deze gesprekken werden verwerkt in een (anoniem) verslag dat aangevuld met cijfers kon worden aangeleverd bij de gemeente.

Casussen ‘afpellen’

Niet alle resultaten zijn even makkelijk te meten. Want hoe weet je of je een uithuisplaatsing of een ongewenste zwangerschap hebt voorkomen? “Dat is niet altijd makkelijk”, weet Joëlle van Harten, de huidige projectleider Kansrijke Start in Almelo. Om hier zo goed mogelijk grip op te krijgen werden verschillende casussen ‘afgepeld’ en tot in detail besproken. Soms kwamen daar voorbeelden uit naar voren die beter hadden gekund. “Wie had wat anders kunnen doen, waar hadden we het anders kunnen aanvliegen?”, zegt Joëlle. “We kregen veel inzicht door het analyseren van die casussen.”

Meervoudig doel

Het doel van monitoring is (op zijn minst) tweeledig. Enerzijds wil je er zelf van leren en horen wat je als groep professionals beter kunt doen. Anderzijds wil je aan je opdrachtgever en financier laten zien dat je het geld goed besteedt en de kwetsbare ouders in de gemeente echt passende ondersteuning krijgen. Met de standaardvragenlijsten die daarvoor zijn, kan je niet altijd vooruit. De landelijke monitor van Kansrijke Start heeft als doel om een beeld te schetsen van het bereik, niet zozeer om het effect op de doelgroep te meten. Henrike: “Er wordt onder meer gevraagd welke interventies in je coalitie beschikbaar zijn. Daar staat het Jonge Moederwerk* niet bij en dus lijkt het alsof je niets doet.”

Uit de gesprekken met zowel ouders als de professionals bleek dat het heel goed lukte om laagdrempelige en stabiele ondersteuning te bieden via het Jonge Moederwerk. Ouders hadden het gevoel dat ze terechtkonden bij iemand die ze kenden. Alleen als dat echt nodig was, werd er opgeschaald naar specialistische vormen van ondersteuning of hulp, bijvoorbeeld ambulante hulpverlening op structurele basis.

 

Minder kosten

Hoewel de gesprekken leidend zijn, werden zeker ook cijfers en data gebruikt bij de evaluatie. Deze combinatie is nodig om goed en consequent te kunnen monitoren. Vanuit het Jonge Moederwerk wordt geregistreerd op welk leefgebied(en) een gezin hulp krijgt. Dan gaat het bijvoorbeeld om schuldhulpverlening of ondersteuning bij psychische klachten. “Zo kunnen we ook ‘meten’ wat dit bespaart”, aldus Joëlle. “Bijvoorbeeld als je met laagdrempelige hulp kunt voorkomen dat iemand met ernstige psychische klachten naar een psychiater moet, dan scheelt dat in de kosten.”

Soms kwamen ze ook voor verrassingen te staan. Toen er meer werd ingezet op ‘Nu Niet Zwanger’ bleek dat het aantal tienerzwangerschappen steeg. “Heel frustrerend, wat was hier aan de hand? Maar uit nadere bestudering en analyse – samen met Pharos – bleek dat we ons vooral hadden gericht op gezinnen waar al een kindje was, omdat zij in beeld zijn bij de geboorteketen. In Almelo zijn we ons toen meer in gaan zetten op voorlichting op scholen, via jongerenwerkers en social media om zo ook de jongere meiden beter te bereiken en tienerzwangerschappen te voorkomen.”

* Begin juli 2026 is het Jonge Moederwerk | Movisie Deze link opent in een nieuw tabblad in de databank opgenomen als erkende interventie.

Meer budget

Op basis van de evaluaties en de rapportage vanuit de ketenpartners binnen Kansrijke Start besloot het college van Burgemeester en wethouders in Almelo om het budget voor de aanpak te verhogen.
Daarmee is de kous niet af. De monitoring en evaluatie blijft een belangrijk thema in Almelo. Er zijn regelmatig gesprekken met professionals en ouders. Vier keer per jaar is er een werkgroep van beleidsmedewerkers en medewerkers uit de geboorteketen. Daar wordt besproken waar men tegenaan loopt en hoe dit opgelost kan worden. Joëlle: “Zo kun je snel met elkaar kijken wat je kunt doen om het voor de ouders goed inrichten en dat het nog meer bijdraagt aan een Kansrijke Start voor een kind.”